Waarderingsregels helpen om de financiële rapportering beter te begrijpen. Ze geven een beeld van de belangrijkste waarderingsprincipes toegepast in de boekhouding van de organisatie. Ze gaan ervan uit dat het bestuur zijn activiteiten zal voortzetten, en zijn van het ene boekjaar op het andere identiek tenzij ze niet langer aanleiding geven tot een waar en getrouw beeld. In dat geval zal het bestuur de waarderingsregels aanpassen. Elk jaar opnieuw worden de waarderingsregels consequent en volledig onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar toegepast.

Algemene principes

Terug naar navigatie - Waarderingsregels - Algemene principes

Investering 

Alle vermogensbestanddelen worden uitgedrukt en gewaardeerd aan hun gebruikswaarde. De gebruikswaarde van een activum stemt overeen met de toekomstige economische voordelen die of het dienstverleningspotentieel dat het activum voor het bestuur zal opleveren.

Alle vermogensbestanddelen worden afzonderlijk gewaardeerd en voor dat bedrag in de balans opgenomen, na aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen.

Aanschaffingswaarde

Het bestuur hanteert als algemene regel dat elk actiefbestanddeel gewaardeerd wordt tegen aanschaffingswaarde en neemt voor dat bedrag de bestanddelen op in de balans, onder aftrek van de gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. In sommige gevallen kan het actief ook worden geherwaardeerd. Op deze algemene regel zijn hieronder afwijkingen bepaald.

Met de aanschaffingswaarde wordt bedoeld de aanschaffingsprijs (aankoopprijs + bijkomende kosten), de ruilwaarde, de vervaardigingsprijs (aanschaffingsprijs grondstoffen, …+ rechtstreekse productiekosten), de schenkingswaarde (marktwaarde van de goederen op het moment van de schenking of datum van het openvallen van de nalatenschap + belastingen en kosten) of de inbrengwaarde.

Afschrijvingen en waardeverminderingen 

Het bestuur opteert ervoor de initiële afschrijvingsduur voor de diverse categorieën van activa te bepalen zoals opgenomen in bijgevoegde tabel.

Het bestuur boekt waardeverminderingen op de aanschaffingswaarde van actiefbestanddelen om rekening te houden met (al dan niet als definitief aan te merken) ontwaardingen van activa bij de afsluiting van het boekjaar. Waardeverminderingen zijn correcties op de aanschaffingswaarde die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur (bv. naar aanleiding van een schadegeval). Dit houdt in dat waardeverminderingen zowel mogelijk zijn voor activa met een beperkte (gebouwen) als een onbeperkte levensduur (gronden). Waardeverminderingen blijven niet behouden als de boekhoudkundige waarde van het activum daardoor op het einde van het boekjaar lager is dan de gebruikswaarde. In dat geval worden de waardeverminderingen teruggenomen.

Herwaarderingen

Sommige activa kunnen worden geherwaardeerd om hun boekwaarde in overeenstemming te brengen met een marktwaarde. Herwaardering is enkel toegestaan voor de financiële vaste activa en overige materiële vaste activa. Bij de herwaardering van een actief, wordt de volledige categorie waartoe dat actief behoort, geherwaardeerd. De overige materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden op basis van deze geherwaardeerde waarde afgeschreven.

Afwijkingen en specifieke waarderingsregels

Terug naar navigatie - Waarderingsregels - Afwijkingen en specifieke waarderingsregels

Geldbeleggingen en liquide middelen

Het bestuur waardeert de liquide middelen en de geldbeleggingen, tegen de nominale waarde. De aandelen en vastrentende effecten worden bij verwerving geboekt en gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde.

Vorderingen op korte termijn 

Vorderingen worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde. Op de vorderingen worden waardeverminderingen toegepast, als er over het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de inbaarheid hiervan. De volgende procedure voor de registratie van de waardeverminderingen is van toepassing:

Van zodra er over het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de inbaarheid hiervan, wordt door de financieel directeur de gehele vordering opgenomen onder de rubriek “dubieuze debiteuren”. De boeking onder de rubriek “dubieuze debiteuren” wordt verantwoord in het eerstvolgend driemaandelijks financieel rapport waarin deze boeking voor het eerst werd toegepast.

wanneer op basis van de vervaldagenbalans blijkt dat een vordering voor meer dan 24 maanden openstaat wordt een waardevermindering geboekt voor 50%

wanneer op basis van de vervaldagenbalans blijkt dat een vordering voor meer dan 36 maanden openstaat wordt een waardevermindering geboekt voor 75%

wanneer op basis van de vervaldagenbalans blijkt dat een vordering voor meer dan 48 maanden openstaat wordt een waardevermindering geboekt voor 90%

wanneer op basis van de vervaldagenbalans blijkt dat een vordering voor meer dan 60 maanden openstaat wordt een waardevermindering geboekt voor 100%

Waardeverminderingen op vorderingen worden steeds op een afzonderlijke rekening geregistreerd.

De financieel directeur boekt als oninvorderbaar de ontheffingen en verminderingen die behoorlijk zijn toegestaan door het bevoegd orgaan die hem kennis geven van deze beslissing. De vorderingen die als oninvorderbaar geboekt worden, worden op een beknopte wijze verantwoording een bij de rekening gevoegd verslag.

De financieel directeur boekt als oninbare bedragen:

  • de vorderingen die wegens materiële vergissingen vervallen.
  • de bedragen te betalen door schuldenaren wiens insolventie bewezen is door onverschillig welke bewijsstukken, en die op voorstel van de financieel directeur oninbaar werden verklaard door het bevoegd orgaan.

Financieel vaste activa

Belangen of aandelen in rechtspersonen worden in de boekhouding opgenomen tegen hun aanschaffingswaarde. De aanschaffingswaarde van belangen of aandelen, ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als de conventionele waarde echter lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, wordt de aanschaffingswaarde geherwaardeerd tot de hogere marktwaarde.

Er worden waardevermindering toegepast op de belangen en de aandelen die onder de financiële vaste activa zijn opgenomen in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de entiteit waarin de belangen of de aandelen worden aangehouden. Het bestuur zal ook op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de financiële vaste activa zijn opgenomen waardeverminderingen toepassen als er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling ervan op de vervaldag.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden onderverdeeld in 3 categorieën.

De gemeenschapsgoederen zijn de roerende en onroerende activa waarbij de vervulling van de maatschappelijke dienstverlening minder ontvangsten genereert dan de uitgaven die nodig zijn om deze activa te verkrijgen en om die dienstverlening te realiseren.

De bedrijfsmatige activa zijn de materiële vaste activa waarbij de vervulling van de maatschappelijke dienstverlening voldoende ontvangsten genereert om de uitgaven te compenseren die nodig zijn om die activa te verkrijgen en om die dienstverlening te realiseren.

De overige activa worden voor geen van vorige doeleinden aangewend, maar worden aangehouden als ‘(on)roerende reserve’. Deze activa zijn niet nuttig bij het functioneren van het bestuur, en kunnen mogelijks in de toekomst worden gerealiseerd ter financiering van andere investeringen.

Tot het erfgoed behoren de activa met historische, artistieke, wetenschappelijke, … waarde en de activa die belangrijk zijn voor het behoud van het leefmilieu. Erfgoed zal in veel gevallen weinig economische voordelen opleveren of weinig dienstenpotentieel inhouden. Deze hebben dus in principe geen gebruikswaarde. Daarom zal op de aanschafwaarde van deze activa een waardevermindering worden toegepast om de boekhoudkundige waarde terug te brengen tot € 1. Indien het actief dat behoort tot erfgoed wordt ingezet voor de uitvoering van het ‘maatschappelijk doel’ kan dat actief tóch een gebruikswaarde hebben. Dat actief wordt dan niet afgeschreven maar de waarde kan worden aangepast door het uitdrukken van waardeverminderingen.

Overige zakelijke rechten op onroerende goederen betreft de andere zakelijke rechten die het bestuur bezit op een onroerend goed als de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald (geactiveerde eenmalige vergoeding). Deze activa worden afgeschreven over de looptijd van de overeenkomst, tenzij de economische gebruiksduur van het actief waarop het zakelijk recht betrekking heeft, korter is.

De gebruiksrechten voor materiële vaste activa waarover het bestuur beschikt op grond van leasing of gelijkaardige overeenkomsten (bv. erfpacht) worden onder de activa opgenomen voor het gedeelte van de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. De overeenkomstige schuld aan de passiefzijde waardeert het bestuur ieder jaar ten bedrage van het gedeelte van de in de volgende boekjaren te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. De duur van de afschrijvingsperiode wordt geregeld door IAS17 en IPSAS13: indien het redelijk zeker is dat het geleasede actief overgenomen wordt bij het verstrijken van de leaseperiode (lichten van de aankoopoptie), zal het actief worden afgeschreven over de normale gebruiksduur van soortgelijke activa (die in volle eigendom zijn). Indien het niet redelijk zeker is dat het actief wordt overgenomen bij het verstrijken van de leaseperiode (aankoopoptie wordt niet gelicht), wordt het actief afgeschreven over de leaseperiode, tenzij de (economische) gebruiksduur korter is.

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd aan aanschafwaarde, tenzij deze niet verworven zijn van derden. In dat geval worden ze gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, als die niet hoger is dan een voorzichtige raming van de gebruikswaarde of van het toekomstige rendement of nut voor het bestuur van die vaste activa.

Schulden

De schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Voor de ontvangen borgtochten in contacten (code 448 Pas.I.A.3) in het kader van de afgifte van stedenbouwkundige vergunningen geldt de volgende regeling:

Vijf jaar na de storting wordt de nominale waarde als verworven beschouwd en in resultaat gebracht via de gepaste rubriekrekening onder de code 745 ‘Diverse operationele opbrengsten’ (Staat van opbrengsten en kosten II.A.5) mits voldaan werd aan de voorschriften van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) inzake vervaltermijnen stedenbouwkundige vergunningen.

Netto-actief

De ontvangen investeringssubsidies en schenkingen worden geleidelijk in resultaat genomen (verrekend) volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen of de waardeverminderingen op de vaste activa waarvoor deze werden verkregen. Zolang een investering in uitvoering is en dus nog niet wordt afgeschreven, wordt de verkregen investeringssubsidie nog niet verrekend.

De voorzieningen voor risico's en kosten worden stelselmatig gevormd. De voorzieningen voor risico's en kosten worden niet gehandhaafd als ze op het einde van het financiële boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling van het bestuur van de risico's en kosten waarvoor ze werden gevormd.

Bijzondere bepalingen bij de overgang naar BBC (beginbalans)

De balansstructuur van BBC is volledig anders dan deze van de NGB (nieuwe gemeenteboekhouding) de NOB (nieuwe OCMW boekhouding) of de AGB-boekhouding (autonome gemeentebedrijven). De beginbalans van BBC stemt dus zeker niet overeen met de eindbalans van NGB of NOB, maar is daar uiteraard wel op gebaseerd.

Bij de conversie naar BBC en de opmaak van de beginbalans heeft het bestuur geopteerd voor de toepassing van het continuïteitsprincipe. Dat houdt in dat de bestaande inventarisbestanddelen werden geconverteerd naar de respectievelijke rubrieken in BBC, op basis de bestaande (historische) aanschafwaarde. De afschrijvingstermijnen werden vervangen door de termijnen bepaald in bijlage, waardoor de resterende gebruiksduur, de netto-boekwaarde en het jaarlijkse afschrijvingsbedrag van de activa verandert. Hierbij werd uitgegaan van een restwaarde gelijk aan 0.

Bestaande activa met een boekwaarde gelijk aan 0, of die niet konden geïndividualiseerd worden werden mogelijks niet opgenomen in de beginbalans. Dit geldt ook voor de corresponderende investeringssubsidies.

Materiële en immateriële vaste activa

Volledig afgeschreven immateriële activa werden niet overgenomen naar de BBC-omgeving. Dit geldt ook voor afgeschreven al dan niet individualiseerbare roerende materiële activa. Voor het bepalen van de historische aanschafwaarde wordt de herwaarderingsbedrag van de terreinen mee opgenomen in de aanschafwaarde. Voor de gebouwen wordt het herwaarderingsbedrag niet mee opgenomen in de aanschafwaarde.

De activa die behoren tot het erfgoed worden pro memorie in de beginbalans opgenomen (aan € 1).

Netto-actief

De ontvangen investeringssubsidies en schenkingen werden geconverteerd voor zover het corresponderende actief werd geconverteerd. De verrekeningstermijn werd aangepast aan de afschrijvingstermijn van het corresponderende actief.

De voorzieningen voor risico's en kosten werden opnieuw geëvalueerd.

Afschrijvingstermijnen

Terug naar navigatie - Waarderingsregels - Afschrijvingstermijnen
Materiële vaste activa
Afschrijvingstermijn
Terreinen (rubriek 220)
Deze rubriek bevat naast de onbebouwde terreinen ook de gronden van wegen (wegzate), gebouwen, waterlopen en kunst(bouw)werken
-
De (afschrijfbare) aanleg en uitrusting op terreinen (bv. verharding, omheining, …) wordt opgenomen onder de rubriek ‘bebouwde terreinen’
5 jaar
Gebouwen (rubriek 221)
33 jaar
Onderhoudswerken aan gebouwen die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven
5 jaar
Wegen (rubriek 224/225)
Onder wegen worden alle elementen van het wegennet opgenomen (verharding, slijtlaag, voetpad en, fietspaden, …)
30 jaar
Het aanbrengen of vervangen van de slijtlaag wordt afgeschreven over een kortere termijn
5 jaar
Onder de overige infrastructuur betreffende de wegen worden onder meer straatmeubilair, verkeerssignalisatie, wegbeplanting, … opgenomen
10 jaar
Onderhoudswerken aan wegen die niet worden opgenomen in de exploitatie
5 jaar
Waterlopen en waterbekkens (rubriek 226)
30 jaar
Overige onroerende infrastructuur (rubriek 228)
Onder overige onroerende infrastructuur worden onder meer de openbare verlichting, nutsleidingen, verkeerssignalisatie, straatmeubilair, en kunst(bouw)werken opgenomen
10 jaar
Onderhoudswerken aan overige onroerende infrastructuur die niet worden opgenomen in de exploitatie
5 jaar
Installaties, machines en uitrusting (rubriek 230/4)
Onder de installaties, machines en uitrusting wordt onder meer opgenomen werkmateriaal (boormachines, grasmachines, hakselaars, brandweer-helmen- en kledij, reanimatietoestellen, keukengerei, diepvriezers, koelkasten, muziekinstrumenten, …
5 - 10 jaar
Meubilair (rubriek 240/4)
Onder meubilair wordt onder meer opgenomen kasten, stoelen, banken, bureaus, … in de mate dat ze niet onroerend door bestemming zijn
5 - 10 jaar
Kantooruitrusting (rubriek 240/4)
Onder kantooruitrusting wordt onder meer opgenomen faxtoestellen, kopieermachines, papiervernietigers, tv’s, dvd-spelers, …
5 jaar
Gezien de snelle veroudering en technologische evolutie in het informaticamaterieel wordt deze rubriek over een kortere termijn afgeschreven. … Informaticamateriaal bevat onder meer computers, computerschermen, beamers, laptops, …
3 jaar
Rollend materiaal (rubriek 240/4): bevat onder meer
fietsen, brom- en motorfietsen
5 jaar
voertuigen : auto’s en bestelwagens
5 jaar
vrachtwagens, brandweerwagens, tractoren en andere voertuigen en hun toebehoren.
10 jaar
Kunstwerken – geen erfgoed (rubriek 267)
-
Erfgoed (rubriek 275/9)
-
Immateriële vaste activa
Afschrijvingstermijn
Kosten van onderzoek en ontwikkeling (rubriek 210)
5 jaar
Goodwill (rubriek 212)
5 jaar
Plannen en studies (rubriek 214)
5 jaar