Verklaring van de materiële verschillen tussen de gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven

Vanaf 2020 is er één geconsolideerde jaarrekening voor gemeente en OCMW samen. De gemeente en het OCMW vormen samen 1 rapporteringsentiteit en maken een geïntegreerde jaarrekening. In de loop van 2025 werd één aanpassing van het meerjarenplan goedgekeurd, in de maand juni.

Exploitatie-uitgaven 2025

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen de gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Exploitatie-uitgaven 2025

De verdeling van de gecorrigeerde exploitatie-uitgaven in 2025 ziet er als volgt uit. Bij deze correctie worden de loonkosten van het onderwijzend personeel uit het totaal verwijderd, aangezien deze door de hogere overheid worden gefinancierd en dus geen uitgaven vormen voor het lokaal bestuur.

 

De bestedingsgraad van de exploitatie-uitgaven bedraagt 94% in 2025. Dat percentage ligt in lijn met het percentage van 2024. In 2023 bedroeg de bestedingsgraad 93% en in 2022 92%.

Per soort algemene rekening geeft dat:

Uitgaven Eindbudget Rekening 2025 Bestedingsgraad
Goederen en diensten 6.461.194 5.561.906 86%
Bezoldigingen 12.107.465 12.002.634 99%
Individuele hulpverlening OCMW 1.199.186 992.833 83%
Werkingssubsidies 2.331.413 2.321.002 100%
Andere operationele uitgaven 55.999 39.390 70%
Financiële uitgaven 467.340 432.293 93%
Totaal 22.622.596 21.350.058 94%

De bestedingsgraad van de rubriek ‘Goederen en diensten’ is gestegen van 84% in 2024 naar 86% in 2025. Daartegenover staat een lagere besteding binnen de rubriek ‘Individuele hulpverlening OCMW’, wat voornamelijk toe te schrijven is aan de lagere uitgaven voor het equivalent leefloon ten opzichte van het voorziene budget. 

Per beleidsdomein geeft dat:

Uitgaven Eindbudget Rekening 2025 Bestedingsgraad
00 - Algemene financiering 561.654 515.652 92%
01 - Organisatie 7.436.061 7.074.247 95%
02 - Mens 7.970.875 7.650.646 96%
02 - Mens: onderwijs 3.311.296 3.684.304 111%
02 - Mens: excl. onderwijs 4.659.579 3.966.342 85%
03 - Ruimte 6.654.006 6.109.513 92%
Totaal 22.622.596 21.350.058 94%

Binnen het beleidsdomein ‘Ruimte’ bedraagt de bestedingsgraad 92%, volledig in overeenstemming met 2024. De onderbesteding binnen dat beleidsdomein is voornamelijk het gevolg van niet volledig aangewende kredieten voor wegenwerken, gebouwonderhoud, GFT-inzameling, kosten voor het containerpark en prestaties voor waterlopen.

Exploitatie-uitgaven - Vergelijking met vorige jaren

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen de gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Exploitatie-uitgaven - Vergelijking met vorige jaren

De totale exploitatie-uitgaven stijgen met 25% in de periode 2022-2025. Daarnaast nemen de exploitatie-uitgaven in 2025 met 7% toe ten opzichte van 2024. Die stijging van 2024 naar 2025 is hoofdzakelijk toe te schrijven aan hogere uitgaven voor goederen en diensten en bezoldigingen. Binnen de rubriek ‘Goederen en diensten’ spelen de stijgende erelonen en expertisekosten en de invoering van de GFT-inzameling een rol. Aan de ontvangstenzijde wordt die inzameling gedeeltelijk gecompenseerd door een contantbelasting.

De uitgaven voor bezoldigingen stijgen deels door één overschrijding van de spilindex in 2025. Daarnaast dragen ook de hogere invulling van het organogram en een bijkomende storting in het reservefonds voor de pensioenverplichtingen van statutaire personeelsleden bij aan die evolutie.

  2022 2023 Groei 2023 2024 Groei 2024 2025 Groei 2025
Goederen en diensten 4.900.181 4.747.022 -3% 5.056.692 7% 5.561.906 10%
Bezoldigingen 8.965.093 10.479.856 17% 11.150.596 6% 11.883.168 7%
Werkingssubsidies 1.842.211 1.968.420 7% 2.011.374 2% 2.321.002 15%
Andere operationele uitgaven 96.570 61.714 -36% 54.507 -12% 39.390 -28%
Individuele hulpverlening OCMW 946.330 1.114.304 18% 1.105.884 -1% 992.833 -10%
Financiële uitgaven 288.973 309.701 7% 453.012 46% 432.293 -5%
Totaal 17.039.358 18.681.017 10% 19.832.065 6% 21.230.592 7%

De overschotten in exploitatie-uitgaven hebben het voordeel dat er n.a.v. de jaarrekening marge vrijkomt voor investeringen. Die overschotten moeten worden opgevolgd en waar mogelijk verminderd.

Exploitatie-ontvangsten 2025

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen de gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Exploitatie-ontvangsten 2025

De verdeling van de gecorrigeerde exploitatie-ontvangsten in 2025 ziet er als volgt uit. Voor deze berekening wordt de tussenkomst van de hogere overheid in de loonkosten van het onderwijzend personeel uit het totaal geëlimineerd, aangezien deze ontvangsten uitsluitend dienen ter dekking van deze loonkosten.

De realisatiegraad van de exploitatie-ontvangsten bedraagt 108%. Binnen de rubriek ‘Ontvangsten uit de werking’ is de hoge realisatiegraad voornamelijk te verklaren door de aangerekende opbrengsten en retributies in het kader van de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers (sorteerstraten) in grote woonprojecten. Die waren niet voorzien in het meerjarenplan.

De geraamde fiscale ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing zijn niet aangepast aan de recentste prognoses, aangezien er in het najaar van 2025 geen aanpassing van het meerjarenplan werd doorgevoerd. Hierdoor wijken de gerealiseerde ontvangsten in de jaarrekening af van de budgetten. Ook de ontvangsten uit GAS-boetes, voortvloeiend uit foutparkeren (GAS 4) en trajectcontroles (GAS 5), liggen hoger dan gebudgetteerd.

Binnen de rubriek ‘Werkingssubsidies’ zijn de ontvangsten van het gemeentefonds hoger dan gebudgetteerd, eveneens als gevolg van het niet doorvoeren van een aanpassing van het meerjarenplan in het najaar. Daarnaast ontving het lokaal bestuur een boost-subsidie van de Vlaamse overheid ter ondersteuning van de lokale uitrol van het BOA-decreet. Die subsidie was niet opgenomen in het meerjarenplan.

Per soort algemene rekening geeft dat:

Ontvangsten Eindbudget Rekening 2025 Realisatiegraad
Ontvangsten uit de werking 847.610 1.154.522 136%
Fiscale ontvangsten en boetes 11.757.766 12.340.267 105%
Werkingssubsidies 9.993.437 10.843.346 109%
Recuperatie individuele hulpverlening OCMW 43.611 92.302 212%
Andere operationele ontvangsten 187.367 241.825 129%
Financiële ontvangsten 547.418 568.647 104%
Totaal 23.377.209 25.240.909 108%

Per beleidsdomein geeft dat:

Ontvangsten Eindbudget Rekening 2025 Realisatiegraad
00 - Algemene financiering 16.694.448 16.909.627 101%
01 - Organisatie 435.976 1.094.941 251%
02 - Mens 5.491.487  6.079.868 111%
02 - Mens: onderwijs 3.306.864 3.858.586 117%
02 - Mens: excl. onderwijs 2.184.623 2.221.282 101%
03 - Ruimte 755.297 1.156.473 153%
Totaal 23.377.208 25.240.909 108%

 

Exploitatie-ontvangsten - Vergelijking met vorige jaren

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen de gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Exploitatie-ontvangsten - Vergelijking met vorige jaren

De totale exploitatie-ontvangsten stijgen met 32% in de periode 2022-2025. Daarnaast nemen de exploitatie-ontvangsten in 2025 met 9% toe ten opzichte van 2024. Die groei van 2024 naar 2025 is voornamelijk het resultaat van hogere ontvangsten uit de werking, aanvullende personenbelasting, gemeentebelastingen en GAS-boetes.

  2022 2023 Groei 2023 2024 Groei 2024 2025 Groei 2025
Ontvangsten uit de werking 650.575 792.440 22% 829.624 5% 1.154.522 39%
 Gemeentebelastingen en GAS-boetes 998.858 1.296.109 30% 1.434.418 11% 2.012.128 40%
Opcentiemen onroerende voorheffing 3.803.456 4.312.855 13% 4.575.036 6% 4.691.293 2%
Opcentiemen personenbelasting 4.369.406 5.907.658 35% 4.891.358 -17% 5.434.556 11%
Opcentiemen voertuigen 185.071 196.769 6% 200.290 2% 202.290 1%
Werkingssubsidies  8.472.637 9.679.912 14% 10.397.705 7% 10.843.346 4%
Recuperatie individuele hulpverlening OCMW 35.730 79.393 122% 99.371 25% 92.302 -7%
 Andere operationele ontvangsten 163.888 241.765 48% 189.474 -22% 241.825 28%
 Financiële ontvangsten 486.563 556.169 14% 622.189 12% 568.647 -8%
Totaal 19.166.184 23.063.070 20% 23.239.465 1% 25.240.909 9%

 

Investeringsuitgaven 2025

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen de gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Investeringsuitgaven 2025

De verdeling van de investeringsuitgaven in 2025 ziet er als volgt uit:

De verschillen tussen het krediet en de jaarrekening zijn groot en hebben te maken met de snelheid van de uitvoering van de investeringsprojecten. De transactiekredieten die door een latere opstart van een project of door een tragere uitvoering niet gebruikt werden in 2025, zijn ofwel opnieuw voorzien in het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 ofwel overgedragen van 2025 naar 2026.

Van de € 13.553.754 uitgaven, ingeschreven in het eindbudget in 2025, werd er € 4.185.947 effectief uitgegeven in de jaarrekening. Daardoor werd een realisatiegraad van 31% bereikt. In 2024 was dat 49% en in 2023 45%. De lage realisatiegraad ten opzichte van 2023 en 2024 wordt mee verklaard door het ontbreken van een aanpassing van het meerjarenplan in december 2025.

Uitgaven Eindbudget Rekening 2025 Realisatiegraad
Terreinen en gebouwen 7.329.581 2.466.688 34%
Wegen en andere infrastructuur 4.788.971 1.128.647 24%
Roerende goederen 485.782 251.464 52%
Vaste activa - leasing of op grond van een soortgelijk recht 162.849 101.943 63%
Immateriële vaste activa 381.063 99.042 26%
Toegestane investeringssubsidies 405.508 122.101 30%
Investeringen in financiële vaste activa 0 16.062 100%
Totaal 13.553.754 4.185.947 31%

Uiteraard heeft de vertraging van de investeringen een grote impact op het moment dat de leningen moeten worden opgenomen, met de op dat moment van toepassing zijnde intrestvoeten en marges. De BBC-regelgeving voorziet dat leningen pas worden aangegaan wanneer dat nodig is vanuit liquiditeitsstandpunt.

Door het ambitieuze investeringsprogramma van de gemeente kan dat tot grote pieken leiden wanneer de effectieve investeringen samenvallen. Dat moet stipt worden bewaakt.

Hieronder worden de voornaamste overschotten per rubriek toegelicht. De detailbedragen van de overdrachten van de investeringskredieten staan beschreven in het toelichtingsrapport ‘Overzicht van de overgedragen kredieten voor investeringen en financiering’.

Terreinen en gebouwen

De resterende studiekosten voor het masterplan sport, de projectbegeleiding van de school met geïntegreerde BKO in Berlaar-Heikant en de erelonen voor het jeugdhuis en de polyvalente zaal zijn overgedragen naar 2026 of opnieuw voorzien in het nieuwe meerjarenplan. Dat principe wordt doorgetrokken naar het niet-benutte deel van de uitvoeringskredieten van de projecten AC Balder, het masterplan sport en de renovatie van het schoolgebouw met geïntegreerde BKO in Berlaar-Heikant.

De kredieten voor de aanleg van de hondenweide en het park in Berlaar-Heikant (Hof van de Pastoor) worden overgedragen naar 2026 of opnieuw voorzien in datzelfde jaar.

Binnen het gebouwbeheer wordt voor een bedrag van € 110.000 aan kredieten niet overgedragen. Die middelen worden in 2026 gebundeld tot één krediet voor het volledige gebouwbeheer van het lokaal bestuur. Ook het krediet voor de dakvernieuwing van de tekenacademie, ten belope van € 60.000, wordt niet overgedragen, aangezien die werken niet worden uitgevoerd. De kredieten voor de dakrenovatie van de Sint-Rumolduskerk en de afbraak van het gebouw op Liersesteenweg 235 worden grotendeels niet overgedragen, maar wel opnieuw voorzien in het nieuwe meerjarenplan. Het resterende krediet voor de renovatie van de aangekochte LOI-woning op Kapellebaan 38 wordt overgedragen naar 2026.

Tot slot worden de kredieten voor de onteigening van gronden in functie van de aanleg van fietspaden grotendeels overgedragen naar 2026.

Wegen en andere infrastructuur

De erelonen en verdere uitvoering van de buitengewone onderhouds- en herstellingswerken worden overgedragen naar 2026, specifiek voor het project in de Misstraat. In dat kader wordt het verhoogd kruispunt van de Misstraat met de Welvaartstraat hersteld en wordt de bomenproblematiek aangepakt. De voorziene kredieten voor de erelonen van de werken in de Merelstraat zijn in 2025 niet aangewend en worden eveneens overgedragen.

De werken voor het ondergronds brengen van de nutsleidingen in de Sparrenweg, Dennenweg, Heestenweg, Hellestraat en Varenweg zijn reeds in 2024 van start gegaan. Een deel van de bijhorende wegeniskosten komt ten laste van de gemeente. De niet-benutte kredieten worden naar 2026 overgedragen.

Ook voor de heraanleg van de markt zijn niet alle erelonen aangewend. Die middelen zijn in 2026 nodig voor bijkomend onderzoek en worden overgedragen. Aangezien de effectieve heraanleg in 2025 nog niet van start ging, worden de bijhorende uitvoeringskredieten opnieuw voorzien in 2026.

De ongebruikte kredieten voor de aanleg van fietspaden worden grotendeels niet overgedragen, maar opnieuw ingeschreven in het nieuwe meerjarenplan. Het resterende krediet voor de erelonen in het kader van de aansluitingsgraad van de rioleringswerken aan de bovenbouw, in samenwerking met Pidpa, wordt wel overgedragen naar 2026.

Tot slot worden de kredieten voor de plaatsing van een geldautomaat in Berlaar-Heikant, het installeren van laadpalen, de aankoop van infrastructuur voor flitspalen en de realisatie van een trage weg via een brug aan het Gestelbeekpad niet overgedragen. Die uitgaven zijn opnieuw voorzien in het nieuwe meerjarenplan.

Roerende goederen

Een deel van het ongebruikte krediet voor informatica wordt overgedragen naar 2026 voor niet-uitgevoerde digitaliseringsprojecten en lopende ICT-projecten.

De kredieten voor een Hoppinpunt aan het station van Berlaar, een zoutoplosser, een graveermachine en een zitmaaier voor de groenploeg worden overgedragen naar 2026. Voor die investeringen werden al bestelbonnen opgemaakt in 2025, de bijhorende facturen volgen in 2026.

De kredieten voor speeltoestellen op openbare plekken en speeltuigen voor scholen worden niet overgedragen. In het nieuwe meerjarenplan zijn vernieuwde kredieten voorzien voor belevingsinfrastructuur in de publieke ruimte.

Leasing en soortgelijke rechten
De investeringen voor de verledding van de openbare verlichting worden jaarlijkse geboekt als een leasingschuld ten aanzien van Fluvius. In 2025 realiseert Fluvius voor een bedrag van € 101.943 aan nieuwe investeringen in de openbare verlichting. Dat ligt € 60.906 lager dan oorspronkelijk voorzien in het meerjarenplan.

Immateriële vaste activa

Het ongebruikte krediet voor de studiekosten van AC Balder wordt overgedragen naar 2026.

Toegestane investeringssubsidies

Jaarlijks worden investeringssubsidies voorzien overeenkomstig het reglement voor verenigingslokalen en energiebesparende maatregelen. In 2025 maakte één vereniging hiervan gebruik. Een deel van het krediet voor de energiebesparende maatregelen wordt overgedragen naar 2026 in functie van lopende investeringsprojecten. Het krediet voor de nominatieve investeringssubsidie aan ’t Dolhuis wordt niet overgedragen, maar wel opnieuw voorzien in het nieuwe meerjarenplan.

Investeringsontvangsten 2025

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen de gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Investeringsontvangsten 2025

De verdeling van de investeringsontvangsten in 2025 ziet er als volgt uit:

De investeringsontvangsten hebben een realisatiegraad van 37%. Die lage realisatiegraad is voornamelijk toe te schrijven aan fietspadensubsidies die nog niet werden ontvangen. In de loop van 2025 werd het resterende saldo van de subsidies voor het fietspad in de Pastorijstraat ontvangen. De subsidies voor het fietspad van de N10 volgen in 2026 en zijn opnieuw opgenomen in het nieuwe meerjarenplan.

Binnen de rubriek ‘Verkoop van terreinen en gebouwen’ bedraagt de realisatiegraad 664%. In het kader van de uitvoering van het geactualiseerde Sigmaplan werden 2 percelen grond aan de Nethekant verkocht aan Agentschap Natuur en Bos voor een totaalbedrag van € 87.575. Die verkoop draagt bij aan het creëren van extra ruimte voor water in het overstromingsgebied.

Ontvangsten Eindbudget Rekening 2025 Realisatiegraad
Investeringssubsidies en -schenkingen 1.788.541 548.003 31%
Verkoop van terreinen en gebouwen 15.814 105.075 664%
Belangen in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en andere aandelen 22.187 22.187 100%
Totaal 1.826.542 675.265 37%