Dit overzicht vormt een verplichte bijlage bij het meerjarenplan en heeft tot doel zowel de financiële risico’s te identificeren als de beschikbare beheersmaatregelen in beeld te brengen.

Exploitatie-ontvangsten

Terug naar navigatie - Financiële risico's - Exploitatie-ontvangsten

Ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting

De aanvullende personenbelasting is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente en vertegenwoordigt ongeveer 22% van de totale ontvangsten.

De opbrengst is afhankelijk van de conjunctuur, de levensstandaard en de samenstelling van de inwoners. Gaat de lokale levensstandaard (en hieraan gekoppeld het lokaal gemiddeld inkomen) erop vooruit, dan stijgen de opbrengsten uit deze belasting (en omgekeerd). Ook bij de aangroei van de bevolking neemt de opbrengst toe (in de mate dat deze nieuwe inwoners beschikken over een belastbaar beroepsinkomen). In Berlaar zijn er nog een aantal vastgoedprojecten in ontwikkeling. Dat zal een aangroei van de bevolking met zich meebrengen. Een hoge graad van vergrijzing heeft dan weer een negatieve impact.

De impact van de vergrijzing wordt steeds duidelijker. Het aandeel van de aanvullende personenbelasting daalt in de totale ontvangsten en dat wijst op een structureel risico. De cijfers van de FOD Financiën zijn overgenomen voor de volledige periode van het meerjarenplan. De effectieve ontvangsten zijn afhankelijk van het inningsritme van de FOD Financiën.

Ontvangsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing

Ook de opcentiemen op de onroerende voorheffing hebben een belangrijke impact op de financiën van het lokaal bestuur. In het meerjarenplan vertegenwoordigt deze belasting bijna 20% van de totale ontvangsten. De gemeenteraad keurt de opcentiemen goed die geheven zullen worden op de gewestbelasting. De Vlaamse belastingdienst vestigt jaarlijks de individuele aanslagen van de gewestbelasting, alsook van het aanvullende deel van de lokale besturen. Na inning wordt het gemeentelijke aandeel doorgestort.

De opbrengst is afhankelijk van de gemiddelde levensstandaard van de inwoners. Verder is deze opbrengst afhankelijk van de aanwezigheid van bedrijven en bedrijfspanden op het grondgebied van de gemeente. Berlaar is een gemeente met heel weinig industrie. In vergelijking met Vlaanderen en de provincie is het kadastraal inkomen voor bedrijven in Berlaar laag.

Door de verkavelingen in ontwikkeling, de toename van appartementsgebouwen en verschillende nog te realiseren vastgoedprojecten worden gronden met een laag KI omgezet naar bebouwde percelen met een hoger KI.

Daarnaast wordt de belasting negatief beïnvloed door vrijstellingsmaatregelen van de Vlaamse overheid: vrijstellingen op materieel en outillage, vrijstelling na renovatie van een verwaarloosd en onbewoonbaar pand. Het verbouwen van een handelspand tot een woning is daarvan een voorbeeld. Voor Berlaar is de impact van deze maatregelen beperkt.
De ramingen die door hogere overheden worden verstrekt, worden steeds volledig overgenomen in het meerjarenplan. Daarom blijft dit financieel risico beperkt.

Exploitatie-uitgaven

Terug naar navigatie - Financiële risico's - Exploitatie-uitgaven

Personeelskosten en loonindexeringen

Meerdere loonindexeringen per jaar vormen een structureel risico voor het meerjarenplan. Bij meerdere sprongen per jaar kunnen de loonkosten fors toenemen, wat de financiële evenwichten onder druk zet. Momenteel voorzien wij jaarlijks één indexsprong om dit risico beheersbaar te houden.

Pensioenkosten statutairen en responsabiliseringsbijdrage

In het meerjarenplan worden de ramingen van de pensioenstudie van Ethias overgenomen, zowel voor de pensioenkosten van de statutairen als de responsabiliseringsbijdrage. Die studie houdt rekening met het huidige personeelsbestand en de geplande pensioenuitgaven. Op die manier houden we dit aanzienlijke financiële risico beheersbaar.

De responsabiliseringsbijdrage is verschuldigd door lokale besturen wanneer de pensioenlast voor hun gewezen statutaire personeelsleden en/of hun rechthebbenden hoger ligt dan de wettelijke basispensioenbijdragen die zij voor datzelfde jaar betalen.

Twee factoren hebben een impact op die bijdrage. Ten eerste is er de pensioenlast van de gewezen statutaire personeelsleden, die daalt bij het overlijden van een gerechtigde en stijgt bij het op pensioen gaan van een statutair personeelslid.

Ten tweede heeft de wettelijke basispensioenbijdrage die de gemeente jaarlijks overmaakt aan het wettelijk pensioenfonds (RSZ) een impact op de responsabiliseringsbijdrage. Die wettelijke basispensioenbijdrage wordt berekend op het basisloon van de in dienst zijnde statutaire ambtenaren. In de mate dat de gemeente statutaire ambtenaren niet vervangt of vervangt door contractuele ambtenaren, daalt de bijdrage aan het wettelijk pensioenfonds van de RSZ. Het pensioen van de contractuele ambtenaren wordt immers betaald door een ander pensioenfonds. De patronale bijdrage die de gemeente betaalt voor contractuele personeelsleden is lager dan die voor statutaire ambtenaren.

Gemeentelijke bijdrage aan de hulpverleningszone Rivierenland

Het lokaal bestuur is verplicht om de tekorten van de brandweerzone bij te passen. In 2015 werden de hulpverleningszones in het leven geroepen. De brandweer en de dringende geneeskundige diensten functioneren sindsdien als een aparte, autonome entiteit. De doelstelling van de federale overheid is hierbij steeds geweest dat de brandweerhervorming geen meerkost voor de gemeenten en steden mocht inhouden. Uit de evolutie van de gemeentelijke bijdrage aan de brandweerzone blijkt het tegenovergestelde. Jaarlijks dient Berlaar een exploitatiedotatie van € 722.065 te betalen. In het meerjarenplan 2020-2025 bedroeg de dotatie € 564.824.

De onzekerheid omtrent het aanhouden van het voorgestelde groeipad van de federale basis- en aanvullende dotatie en de reële kostprijs van het nieuwe statuut bij volle werking, evenals de steeds hogere eisen inzake opleidingen en de grote investeringsbehoeften binnen de zone, zijn een aantal elementen die resulteren in bijkomende zware financiële lasten. De lokale besturen dreigen hier de rekening te moeten betalen van de hervorming van de hulpverleningszones.

Gemeentelijke bijdrage aan de politiezone Berlaar-Nijlen

Het lokaal bestuur is verplicht om de tekorten van de politiezone bij te passen. In het verleden werd er een reserve opgebouwd in de politiezone Berlaar-Nijlen. In de loop van 2020 werd beslist deze reserve te verrekenen. De politiezone zet momenteel sterk in op het invullen van het personeelskader, wat positieve effecten heeft op de invulling van het organogram.

Hierdoor zien we de gemeentelijke bijdrage stijgen van € 1.381.026 in 2025 naar € 1.721.922 in 2026 en naar € 2.054.410 in 2031. Die evolutie dient nauwgezet opgevolgd te worden.
Er bestaat al enige tijd bezorgdheid over de visie van hogere overheden op de gewenste schaalgrootte van lokale politiezones om alle basisfunctionaliteiten adequaat te kunnen vervullen. Of dat zal leiden tot vrijwillige dan wel verplichte fusies is vandaag nog onduidelijk, wat bijdraagt aan een klimaat van onzekerheid.

De hervorming van de politiezones staat op de agenda van de federale overheid. Het is cruciaal om de mogelijke budgettaire impact van die hervorming nauwgezet op te volgen.

Daarnaast vormt de pensioenproblematiek een zware financiële last binnen de politiezone, onder meer door het hoge aandeel statutaire personeelsleden. Omdat personeelskosten de grootste uitgavenpost vormen, heeft dat een aanzienlijke impact.

Investeringen en projectplanning

Terug naar navigatie - Financiële risico's - Investeringen en projectplanning

Het opstellen van een realistische projectplanning blijft een uitdaging. Verschillende, vaak externe, factoren spelen daarbij een rol, waarop we zelf weinig invloed hebben, zoals de planning van de aannemer of juridische procedures bij de vergunningsaanvraag. Hierdoor ligt de realisatiegraad van de investeringsuitgaven jaarlijks laag. Bij elke aanpassing van het meerjarenplan worden de investeringsuitgaven daarom bijgestuurd op basis van het actuele projectplan, zodat dit risico zo veel mogelijk wordt beperkt.

Daarnaast zetten prijsstijgingen, geschatte hoeveelheden en onvoorziene omstandigheden extra druk op de cijfers. Bij grotere investeringsprojecten voorzien we om die reden een marge van 9% bovenop het gunningsbedrag.

Ook de ontvangsten van investeringssubsidies voor grote projecten laten vaak op zich wachten. Die subsidies worden door andere instanties uitbetaald en moeten passen binnen hun respectievelijke meerjarenplan.

Patrimoniumbeheer en onderhoudskosten

Terug naar navigatie - Financiële risico's - Patrimoniumbeheer en onderhoudskosten

Berlaar bezit een uitgebreid patrimonium, waaronder meerdere verouderde gebouwen. Dat leidt tot hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Onvoorziene herstellingen, zoals dakwerken, kunnen een zware financiële impact hebben. Energiezuinige renovaties zijn noodzakelijk om de energiekosten te drukken en te voldoen aan strengere milieunormen. Dat vereist op korte termijn aanzienlijke investeringen. De onderhoudskosten en renovaties zullen op lange termijn een structureel deel van het budget innemen, wat moet worden afgewogen tegenover andere prioriteiten binnen het meerjarenplan.

Het is aangewezen om een strategisch, meerjarig patrimoniumplan op te maken waarin preventief onderhoud en renovaties gefaseerd worden ingepland om plotse budgettaire schokken te vermijden. In dat plan moet ook aandacht gaan naar de bezettingsgraad van ieder gebouw en de vraag of het behouden ervan nog opportuun is.

Federale begroting

Terug naar navigatie - Financiële risico's - Federale begroting

Recent bereikte de federale regering een begrotingsakkoord. Daarin staat dat de belastingverlaging voor een deel vervroegd wordt naar 2028 en een ander deel wordt uitgesteld naar 2030. Omdat deze vervroeging een effect heeft op de inkomsten uit de aanvullende personenbelasting, vormt dat een aanzienlijk risico voor het financieel meerjarenplan. Momenteel kan het effect niet ingeschat worden en wordt dat bekeken bij de eerste aanpassing van het meerjarenplan.