Beschrijving grondslagen en assumpties
Hieronder staan de grondslagen en assumpties beschreven die in het meerjarenplan gebruikt worden om de uitgaven en de ontvangsten te ramen. Ze worden opgedeeld in de volgende onderdelen:
- belangrijkste uitgangspunten
- afwijking van het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar
- verklaring voor het verschil tussen de autofinancieringsmarge (AFM) en de gecorrigeerde AFM
Belangrijkste uitgangspunten
Terug naar navigatie - Beschrijving grondslagen en assumpties - Belangrijkste uitgangspuntenVoor goederen en diensten wordt er rekening gehouden met een algemeen stijgingspercentage van 1,5% voor kredieten die contractueel vastliggen, zoals kredieten voor nutsvoorzieningen, onderhoudscontracten en huurgelden. Andere kredieten worden niet geïndexeerd.
Voor de personeelsuitgaven is er jaarlijks één indexsprong van 2% voorzien. Die kredieten worden zo realistisch mogelijk ingeschat, rekening houdend met het goedgekeurde organogram, de pensioenaanvragen en met de looptijd van de huidige afwezigheidsvormen (loopbaanonderbreking, vrijwillige vierdagenweek, …). Ook de voorziene periodieke verhogingen van het huidige personeelsbestand en de jaarlijkse tijdelijke contracten (jobstudenten, seizoenarbeiders) worden ingecalculeerd. Van de totale loonmassa voor contractuele medewerkers wordt 3% in mindering gebracht om rekening te houden met afwezigheden en later ingevulde vacatures.
Nieuwe aanwervingen gebeuren contractueel, met uitzondering van de functies van het managementteam. Alle vergoedingen en toelagen die in de statuten en reglementen voorzien zijn worden opgenomen.
De responsabiliseringsbijdrage is geraamd op basis van een studie uitgevoerd door Ethias. We wijken daarbij af van de simulaties van de federale pensioendienst (FPD) omdat de studie van Ethias, in tegenstelling tot de vooruitzichten van de FPD, rekening houdt met het huidige personeelbestand en de geplande pensioenuitgaven. Een responsabiliseringsbijdrage is een financiële bijdrage die een lokaal bestuur moet betalen wanneer de normale pensioenbijdragen onvoldoende zijn om de pensioenen van de (voormalige) statutaire medewerkers te financieren. We voorzien een Vlaamse tussenkomst van 50% op die responsabiliseringsbijdrage.
Voor de contractuele medewerkers bouwt het lokaal bestuur een aanvullend pensioen op via de tweede pensioenpijler, beheerd door OFP Prolocus.
De ontvangsten uit de gemeentelijke retributies en belastingen worden jaarlijks met 2% geïndexeerd. Die indexering is in de respectievelijke reglementen opgenomen. Voor de inschatting van de ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt rekening gehouden met de ramingen van de FOD Financiën en Vlabel.
De gehanteerde tarieven voor de nieuwe leningen in de meerjarenplanning zijn conform de huidige marktomstandigheden en de toekomstige verwachtingen, waarbij er rekening gehouden wordt met een verdere stijging van de rentevoeten. Er wordt een rentevoet van 3,7% toegepast. De looptijd van de leningen wordt op 30 jaar gezet.
De toekomstige investeringsuitgaven worden jaarlijks bekeken en geactualiseerd. Lopende projecten zijn voorzien van een marge voor onvoorziene omstandigheden en prijsherzieningen. Zowel de materiaal- als personeelskosten van de uit te voeren projecten zijn onderhevig aan inflatie.
De budgetten van de projecten die nog niet opgestart zijn, worden jaarlijks bijgestuurd op basis van de nieuwe beschikbare informatie en de inflatievooruitzichten. Deze budgetten worden in eerste instantie geclusterd onder de prioritaire actie van de duurzame vastgoedstrategie, actie A030303. Van zodra de projecten gegund zijn, zullen deze overgedragen worden naar de actie die betrekking heeft op dat specifieke project.
Afwijking gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar
Terug naar navigatie - Beschrijving grondslagen en assumpties - Afwijking gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaarHet gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorige boekjaar (2025) bedraagt € 172.298, gebaseerd op de budgetten uit de laatste aanpassing van het meerjarenplan. Die budgetten werden in juni 2025 goedgekeurd door de gemeenteraad. Van die budgettaire uitgangspositie wordt afgeweken voor de investerings- en financieringskredieten, waarvoor recentere cijfers worden opgenomen.
Voor de investeringskredieten worden zowel de uitgaven als de ontvangsten voor 2025 aangepast. In totaal leidt die aanpassing tot een stijging van het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorige boekjaar van € 2.896.972. De investeringsuitgaven die in 2025 dalen worden grotendeels in 2026 opnieuw voorzien. Aan de ontvangstenzijde verschuiven bepaalde investeringssubsidies van 2025 naar 2026. Het gaat hier over fietspadensubsidies die pas in 2026 ontvangen worden.
Daarnaast wijzigt het resultaat van het vorige boekjaar doordat een geplande nieuwe lening van € 1.500.000 niet opgenomen wordt. Die stond initieel in het meerjarenplan ingeschreven maar door het verschuiven van de investeringsuitgaven is ze voor 2025 niet langer nodig. Daardoor komt het nieuwe gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorige boekjaar uit op € 1.569.270.
Verschil autofinancieringsmarge (AFM) en gecorrigeerde AFM
Terug naar navigatie - Beschrijving grondslagen en assumpties - Verschil autofinancieringsmarge (AFM) en gecorrigeerde AFMVanaf 2020 wordt er een gecorrigeerde autofinancieringsmarge berekend. Die gecorrigeerde marge geeft het structureel evenwicht weer zonder dat de door het bestuur gekozen financieringswijze een rol speelt. De originele autofinancieringsmarge wordt opnieuw berekend, maar dan met als aflossingen van de leningen een vast percentage van 8% van de uitstaande schuld. Dat is voornamelijk bedoeld om alternatieve financieringen, die kapitaalaflossingen van leningen naar de volgende jaren doorschuiven, tegen te gaan.
De gecorrigeerde autofinancieringsmarge is een indicator, geen norm. Dat wil zeggen dat die best in het laatste boekjaar van de periode van het meerjarenplan groter of gelijk aan nul is, maar het is geen verplichting.
Voor Berlaar is er een groot verschil tussen de autofinancieringsmarge en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge. Dat komt omdat de financiering voor de school “De Stap” via het project “Scholen van Morgen” boekhoudkundig als een lening wordt beschouwd. Tegenover die uitgaven staan echter ook inkomsten. Door die subsidies blijft slechts een klein deel van deze schuld ten laste van de gemeente, namelijk als beschikbaarheidsvergoeding waarin ook het onderhoud zit inbegrepen. De gecorrigeerde autofinancieringsmarge houdt daarmee geen rekening, waardoor die voor Berlaar negatiever uitvalt dan ze effectief is.